Zwerver
Na een week keer ik terug
verwacht dezelfde haven
maar vind ik niks dan kilte
en een toegekeerde rug
een indringer in eigen huis
en wil ik hier wel weg gaan
maar is er niks meer
om op terug te vallen
Genegenheid is al dat ik verlang
een knuffel
een warme blik
simpele besvestiging van affectie
Bied ik een hand
waarin gespuwd wordt
werp ik een wanhopige blik
die nu geschuwd wordt
Betraand en gebroken
loop ik hier dan over straat
terwijl de gure regen
mijn koude lichaam geselt
Word ik afgeschetst als bedelaar
die puur van andermans zijn goedheid leeft
en snel zijn zakken vullen komt
om dan zonder woord weer te vertrekken
Is tolerantie al
dat ik verwachten mag
terwijl ik van dat alleen niet leven kan
zonder warmte ga ik langzaam dood
Zo zwerf ik hier van honk naar honk
wanhopig zoekend naar de thuisplaat
de plaats waar ik mezelf kan wezen
warmte en liefde vindt
Wil ik niks liever
dan me oprollen in mijn holletje
dat ene plekje
wat nu verdwenen lijkt
en voel ik alleen nog
kou en eenzaamheid
(8-2-2003)
Geschreven door
Sebastiaan van der Made
Copyright © 2004