De kamer heeft een subtropisch regenwoudklimaat.
Op koninklijk versierde muren groeien grijze varens.
De adem van een snipverkouden wind tegen de ruit
en in mijn hoofd het zingen van een fluit.

In bad laat ik mijn zorgen bijna varen
op speelgoedschildpadden
om ze langs de kanten te verdrinken,
om ze door de warmte te verzengen
opdat hun zwarte zieltjes
zich met geuren van vanille,
wilde munt en groene thee vermengen.

Ik droom met mijn gedachten vol met water.
Ik duikel en ik zwem er bijna in
zoals een zomernimf,
een zoetwaterzeemeermin.

En straks zet ik m'n voeten weer aan land,
sta even naakt te rillen op een keramiek strand.
Ik hoef geen warmte te verwachten van de glazen zon,
maar vind de droogte weder in een roze nachtjapon.

 

Geschreven door Sarah Kalokerinos

 

Copyright © 2002