KLEURKES

 

Ik wacht op Tjitske
die met haar mandje
over het bruggetje
kaas is gaan kopen

als een klein kindje
staat in het  hoge
gras bij de sloot

  een ernstig kindje
met groene vegen
over haar handjes
en haar gezicht  

dat naar de lucht wijst
'Allegear kleurkes
allegear kleurkes
yn 'e loft '

  Ze houdt een grote
kale, versleten
beer bij zijn voorpoot
vast in haar hand  

Ze plukt een
gebogen
zilverig pluizende
paardenbloem  

Dan wandelt Tjitske
sierlijk en zomers
over het bruggetje
over de sloot
met de gekochte
kaas in haar mandje

Wat zag het kindje
die zomeravond
die al zo mooi was?

Wat zag het kindje
dat ik niet zag?

 

Geschreven door Katja Bruning

 

Copyright © 2001