Eenzaam zonder

Eenzaamheid als een kleed om mij
Gewaad verdragen in beschaamde fierheid
Veelkleurig als het grijs van mijn liefdes
-Ik hierheen, zij daarheen-
Versleten van het telkens vernieuwen,
Kilte die behaaglijk voelt
Want vertrouwd in onwennigheid.

Alle vormen aannemend: toga, pareo,
Sarong, doudou, peplos, tunica,
Lendenschort, boxershort, kilt,
Kimono, monokini, tiny thongs,
Schaamlap.
De lorejas van mijn bestaan,
De koninklijke vod
De keizerlijke kleren,
Niets om het lijf
Dan lorren
Vol gaten, vol motten.
Niet zonder kleerscheuren,
Ongebakken lucht
Van niet gehouden beloften
Het gedrapeerde spook van het
Wakker worden
Alleen.

Steeds weer heb ik me omkleed,
Ingekapseld, ingeduffeld,
Heb ik het ingekleed en ingekleurd,
Steeds weer stond ik daar uitgekleed,
Steeds weer genaaid,
Van het zelfde laken steeds weer
Dezelfde broek,
De rok nader dan de bloes.
Ze zetten me telkens weer in mijn hemd,
De broekjes, de weven,
De door
De wol geverfde fatale vrouwen…
Ze konden de klere krijgen.

Het houdt geen steek maar…
Die ene die me alles beloofde
En voor wie ik me tenslotte ontblootte,
Daar kan ik niet kwaad op zijn
Zelfs al spint ze nu garen met anderen
Zoals ze me ooit rond haar middenvinger en middel wond,
Toen de kous nog niet af was:
Op mijn catwalk ligt de rode loper,
Voor haar,
Omdat zij recht heeft op mijn verdriet.

Soundtrack: Have you seen her (Cousteau: ,,Have you seen her from the corner of your eye? She might appear to you as someone leaving who somehow left something behind.’’)
Opgedragen aan Clotho, Lachesis en Atropos, de Schikgodinnen met het spinrokken, de draad en de schaar.

 

Geschreven door Antoine Légat

 

Copyright © 2002